Ik heb hier nu even mee zitten experimenteren, maar het lukt niet echt...
Ik weet wel hoe ik het wil aanpakken, maar de code lukt niet echt. Dit is hoe ik het zou willen aanpakken:
• Open file
• kijk naar een karakter
- als dit een spatie is, begin dan opnieuw
- is dit weer een spatie, begin dan een nieuwe string en steek de oude in een string vector
- als het een karakter is, steek de spatie en de string dan in de string vector en begin opnieuw
- als dit een ander karakter is buiten een spatie, put dit karakter dan in een string
• wanneer het
file.eof() is, steek dan ook de laatste string in de vector.
Alleen weet ik niet zo goed hoe ik dit in C++ moet omzetten, ongetwijfeld zijn er een paar loops nodig, maar welke precies weet ik niet. Misschien zouden jullie me een eindje op weg kunnen helpen?

- Jonas
edit: Misschien handig om te zien wat ik al had;
if( file.is_open())
{
char ch;
cout<<endl<<"the file is open!";
while( ! file.eof())
{
file.get(ch);
if( ch == ' ')
{
file.get(ch);
if( ch == ' ')
{
strings.push_back( temp);
temp.clear();
}
else
{
temp += ' ';
temp += ch;
}
}
else
{
temp += ch;
}
}
ch is hierbij een char die de karakters één voor één uit de file haalt, strings is de vector waarin de strings worden weggeschreven, en voor de rest lijkt me alles duidelijk. Als dat niet zo is mag je het altijd zeggen natuurlijk!
